belgisch_park_oud

Het Belgisch Park, aanvankelijk ‘Nederlandsch-Belgisch Park’ genaamd, werd ontworpen in opdracht van E. Cambier, directeur van de Societé Anonyme des Tramways de La Haye. De tuinarchitect T. Coppieters maakte het ontwerp. De exploitatie van het villapark was in handen van de ‘Hollandsch-Belgische Bouwgrond Maatschappij’ die in 1883 een begin maakte met aanleg en bebouwing.

Het oudste gedeelte wordt gevormd door het Belgische Plein met de daarop aansluitende straten die een bochtig beloop hebben en door bomen worden omzoomd: Antwerpsestraat, Luiksestraat en delen van de Gentsestraat en Leuvensestraat. Het plein bezit een ruim plantsoen met boombeplanting; de genoemde straten worden behalve door de bomen gekenmerkt door voortuinen die het villaparkachtige karakter versterken.

Het Belgisch Park, aanvankelijk 'Nederlandsch-Belgisch Park' genaamd.


In het eerste decennium van de twintigste eeuw vonden uitbreidingen plaats aan de noordwestzijde volgens een stratenpatroon met vanaf het Harstenhoekplein diagonaalsgewijs lopende straten (Harstenhoekweg, Gentsestraat, Amsterdamsestraat), doorsneden door parallel lopende straten in de richting oost-west. De uitvoering van dit deel van het Belgisch Park geschiedde grotendeels volgens het Uitbreidingsplan van I.A. Lindo uit 1903.

In de volgende decennia kreeg de wijk zijn afronding in de richting van de Pompstationsweg en de Nieuwe Scheveningse Bosjes, terwijl tevens langs de Zwolsestraat en in het gebied ten noorden daarvan tot aan de Gevers Deynootweg bebouwing tot stand kwam. De reeds in 1835 aangelegde Badhuisweg, zo genoemd naar het oorspronkelijke neoclassicistische Badhuis ter plaatse van het huidige Kurhaus, begrenst de wijk aan de zuidwestzijde en vormt een fraaie zichtas op het Kurhaus. Twee grote complexen bepalen voorts het beeld van dit stadsdeel: het Huis van Bewaring annex Strafgevangenis uit ca. 1886-1911 aan de zuidoostzijde en de HTM remise tussen het Harstenhoekplein en de Zwolsestraat, gebouwd in 1906 en in recente tijd gemoderniseerd.

Sinds de Tweede Wereldoorlog vonden ingrijpende wijzigingen plaats in het noordwestelijke gedeelte van de wijk. De in 1908 aangelegde Hofpleinspoorlijn, die Scheveningen verbond met het Haagse station Hollands Spoor en Rotterdam, werd in de jaren vijftig opgeheven, waardoor het tracé van deze spoorlijn langs de Zwolsestraat en het emplacement met stationsgebouw naast het Oostduinpark kwamen te vervallen. Het laatste ging daarna dienen als parkeerterrein met aan het eind, op de hoek van de Gevers Deynootweg het Europahotel. In het begin van de jaren negentig is op het parkeerterrein een zeer groot complex woningen met parkeergarage (arch. Neave Brown) gebouwd.

Het gebied ten noordwesten van het Harstenhoekplein en tussen de Gevers Deynootweg en het strand veranderde door afbraak en grootschalige nieuwbouw in de jaren zeventig en tachtig ingrijpend van karakter. Het Palacehotel maakte plaats voor de Palacepromenade, bekroond door torenflats en aan het eind van de Gevers Deynootweg verrees het Carlton Beach Hotel.Tussen deze beide locaties was reeds in de jaren vijftig een reeks schuin op de kustlijn geprojecteerde flats gebouwd. De oude pier, het ‘Wandelhoofd Wilhelmina’ uit 1890 die in 1943 werd verwoest, kreeg in 1959 een opvolger naar ontwerp van architect H.A. Maaskant, echter niet meer in de as van het Kurhaus maar iets noordelijker.Ook aan de Badhuisweg vonden structurele veranderingen in de bebouwing plaats. Tussen de Leuvensestraat en de Stevinstraat verrees het flatgebouw ‘Residence Belgisch Park’ en op de hoek van de Brusselselaan het complex van de Hogere Hotelvakschool.

(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)